De eerste drie maanden van 2025 zitten erop! En heel eerlijk: ik vond het een pittige bevalling en hoop dat de overige driekwart van dit jaar iets minder ingewikkeld worden. Maar, positief bekeken: de winter is officieel voorbij, vanaf nu kan het alleen maar beter worden.

De eerste drie maanden van het jaar zijn doorgaans niet zo aan mij besteed. Ik vind het koud, somber, grijs en kom meestal om in het werk. Dit jaar besloot ik om er eens met wat meer mildheid in te gaan en te accepteren dat ik in januari en februari nu eenmaal het energielevel van een hazelmuis (funfact: die houden een winterslaap van een half jaar) heb. Lat laag, goed voor mezelf zorgen, dat werk.
Maar goed, dan kun je er zelf vol goede bedoelingen in gaan; soms heeft het leven andere dingen voor je in petto.

Verdriet
Onze lieve gastouder overleed plotseling, veel te jong. Dat hakte erin. Ik had de enorme eer om te mogen spreken op haar uitvaart, namens ons en alle andere ouders en kinderen waar ze gastouder voor was (geweest). ‘It takes a village to raise a child’, was de eerste zin van mijn speech. En we waren enorme bofkonten om haar in onze village te hebben.
Ik heb eerder gemerkt dat als iemand plotseling overlijdt, hersenen dat heel ingewikkeld vinden. Ik zie haar nog steeds lopen in de wijk, maar als ik me dan verheugd omdraai om een praatje te maken, is ze het niet.
Zoals ik tien jaar geleden, na het overlijden van mijn opa, elke keer als ik in de buurt van zijn huis was, ook automatisch rechtsaf sloeg om even te komen buurten. Je weet het wel, maar je voelt het nog niet helemaal. Het blijft gek.


Hoogbegaafd
Ongeveer tegelijkertijd lieten we ons kind testen op hoogbegaafdheid en kregen al binnen een paar uur een uitslag die aan alle kanten ‘knetterhoogbegaafd’ schreeuwde. En het was absoluut geen verrassing meer, maar toch vond ik het confronterend om het zo zwart-op-wit te zien staan. Want een hoogbegaafd kind is fantastisch, maar het vraagt vaak ook om (veel) extra inzet van een school.
En dat is hard werken, als ouders. Leerkrachten ervan overtuigen dat je niet de zoveelste trotse moeder bent die haar bloedje superslim vindt, maar dat er echt iets aan de hand is. Want dat is ook hoogbegaafdheid: zeker bij meisjes vaak niet gezien. Slechts eenderde van de meisjes met een IQ van 130 of hoger wordt gesignaleerd – door school of ouders-, tegenover bijna tweederde van de jongens.
Terwijl hoogbegaafde jongens vaker opvallen door opstandig gedrag, blijven veel meisjes stil en passen ze zich aan, terwijl ze zich kapot vervelen, zich afvragen of ze soms dom zijn en thuis uit frustratie alsnog ontploffen. Net zolang tot ze niet meer naar school willen.


Testen als bewijs
Als ‘bewijs’ hebben wij haar laten testen, want de leerkrachten leken onze signalen in eerste instantie niet serieus te nemen. Nu, met een testresultaat in de hand, nemen ze het wél serieus, maar blijken ze niet veel meer voor ons, voor haar, te kunnen doen dan ze al doen. En dat is te weinig.
Het is geen verwijt naar de school, die doen hartstikke hun best, maar het is niet makkelijk om het enige peertje in een klas vol appels te zijn.
We kwamen na veel gesprekken tot de conclusie dat het slim is om een andere, gespecialiseerde school te gaan zoeken. Die zijn er niet in Zwolle, maar wel op ruim 20 kilometer afstand. En je begrijpt: dat brengt nog meer vragen met zich mee. Over vervoer, werk, verhuizen. Zusje wel of niet mee, is er überhaupt plek of komen we eerst op een lange wachtlijst?
Avontuur
We zitten er nog middenin, meer vragen dan antwoorden, maar ik merk dat ik er zelf iets rustiger over ben dan een paar weken terug. En dat komt ook door mijn lieve wijze zesjarige herself, die uit zichzelf zei: “We zien het gewoon als een avontuur mam. En als we met zijn vieren zijn wordt het vast leuk.”
Een hoofd vol dus. En om het feest compleet te maken, brak mijn wederhelft zijn been, waardoor ik tegenwoordig zo’n 95% van het huishouden en de fysieke zorgtaken voor de kinderen doe én privéchauffeur ben, omdat hij niet kan autorijden.
Je ken niet altijd zes gooien, zeggen ze dan.


Maar goed: morgen is het april, de zon schijnt, ik heb vorige week nieuwe schoenen gekocht (ik ben een simpele ziel), mijn werk loopt eigenlijk best lekker en ik heb een heerlijk nieuw vrijwilligerstaakje bij de lokale dierenweide (vandaar die geit en konijnen op de foto). Afgezien van de volle hoofden, explosieve buien en al het regelwerk, hebben we het goed samen. Klaar voor een fijn voorjaar.
Ik zie een geitje! Aaah, wat een leukerd. Maar verder inderdaad een pittige paar maanden.
Hij heet Harry en het is een heel aandoenlijk geitje. Echt een gezelligerd. In tegenstelling tot de kalkoenen die ik ook bij dit vrijwilligersklusje krijg. Die zijn namelijk doodeng en altijd chagrijnig.