Te groot voor woorden

Laatst vroeg een vriend, iemand die bewust geen kinderen heeft, mij om het ouderschap in percentages te verdelen. Boven ons derde biertje van die avond informeerde hij casual: “Welk percentage is leuk en welk percentage is stom?” Ondanks dat derde biertje, het moment waarop ik doorgaans een antwoord heb op alles, kwam ik er niet uit. Want door het ouderschap samen te vatten in een schijfdiagram, sla je het veel platter dan het is.

Het is niet zo simpel als leuk of niet-leuk. Het is zo’n andere dimensie dat het eigenlijk niet te omschrijven is aan iemand zonder kinderen. Nu weet ik dat de vriend in kwestie prat gaat op zijn grote inlevingsvermogen. En dat hij een bloedhekel heeft aan mensen die zeggen dat hij iets niet kan begrijpen, omdat hij het zelf niet meegemaakt heeft. Dus ik deed toch een halfslachtige poging met “iets van 10% stom en 90% leuk, denk ik.” Hij knikte met de begrijpende blik van iemand die al zeker weet nooit vader te worden.

Later op de fiets bedacht ik me wat ik eigenlijk had moeten zeggen. Dat het ouderschap zo veelomvattend en allesveranderend is, dat het niet meer te vatten is in leuk of stom. O zeker, sommige dingen zijn ronduit stom, zoals het feit dat ze nooit een jas aan willen als ik weet dat ze het buiten koud gaan krijgen. Dat ze zorgvuldig gekookte maaltijden weigeren wegens te veel groene stukjes. Dat ze graag naar schreeuwerige nagesynchroniseerde pulp op Netflix kijken. Dat ze moeten poepen tijdens het avondeten en ik dan mid meal een kont af moet vegen (al doet dat verrassend weinig met mijn eetlust).

Dat is stom, zoals er ook dingen objectief gezien leuk zijn. Samen fietsen, ijsjes eten, knuffelen in bed, zien hoe lief ze met dieren omgaan, trots zijn als ze iets nieuws geleerd hebben. Maar het voelt allemaal te objectief voor de extra dimensie die het ouderschap aan het leven gaf. Het is alsof er een deel van mijn hart voortaan buiten mijn lichaam leeft. En dat dat stukje van mij, van ons, ineens ook veel belangrijker is geworden dan ikzelf. En dat daarmee leuk en stom er ook niet meer toedoen.

Want moeder zijn is een mengeling van een diepe liefde, een ongelofelijke verantwoordelijkheid, leeuwinnentrots, eeuwige ongerustheid, complete vertedering, zware irritatie, vechterslust, jezelf leren kennen, je partner leren kennen, altijd de kinderen boven jezelf stellen en jezelf eraan herinneren dat jij er ook nog toedoet. Het is gezond koken als je eigenlijk zin hebt om patat te halen, op de trap zitten wachten tot ze slapen, vasthouden en loslaten als dat nodig is. Het is zo groot, dat er eigenlijk geen woorden voor zijn.

Dus wat ik eigenlijk had moeten zeggen, is dat er geen stomme dingen zijn. Dat dat gezeur over jassen, groente, Netflix en billen afvegen onderdeel is van de package deal die je veel meer brengt dan ‘een kind’. Dat had hij waarschijnlijk niet geloofd, omdat ik dat ook niet deed, toen ik nog geen moeder was. Maar leg dat maar eens uit.

One comment

  1. Altijd dit: Dat ze moeten poepen tijdens het avondeten en ik dan mid meal een kont af moet vegen (al doet dat verrassend weinig met mijn eetlust).
    Zucht. Haha.

    Ik volg je helemaal. De laatste dagen zijn best wel pittig hier en ik zei ook tegen mijn lief dat het nu niet zo tof is, maar er zijn ook heel veel dingen wel tof (de meeste dingen zelfs), alleen kunnen tof en niet-tof het eigenlijk totaal niet bevatten.

Comments are closed.