Gouden zomers

Dit zijn de zomers waar ik ooit met weemoed aan terug zal denken, zoals ik nu ook weemoedig terugdenk aan de tijd dat ik een peuter aan de hand en een baby in de draagzak had. Nu lijken ze zo groot, in vergelijking met toen. Vijf en acht en zo wijs en vol met woorden, zinnen en gedachten die ik ze nooit geleerd heb, die ze ergens anders oppikten of zelf formuleerden. Maar ooit zal ik hier weer aan terugdenken, als het pubers zijn of als ze uit huis gaan om te studeren, en bedenken: och, wat waren ze nog klein. Alles draait om perspectief.

Nu, in deze gouden zomerdagen waarop de lucht al dagen strakblauw is en het gras steeds geler wordt, voel ik al de heimwee van later. Want dit zijn de gouden zomers. De jaren waarin er geen dutjes, luiers en kinderstoelen meer zijn, maar ons gezin wel de kern van ons universum is. We gaan vanzelfsprekend samen op vakantie, we wandelen, zwemmen, stoken fikkies en doen spelletjes. Ze kleden zichzelf aan (meestal) en smeren boterhammen, de oudste fietst zelf al naar vriendinnetjes, maar ze kruipen ‘s nachts onder mijn arm na een enge droom en papa staat gelijk aan God.

Dit is de jeugd waar zij ooit aan terugdenken. Misschien wel aan kampeervakanties met de vouwwagen. Dat papa een hele koeltas vol kadetjes had gesmeerd en ze kleine cadeautjes kregen onderweg. Hoe we op de camping kwamen en dat zij dan altijd meteen wilden zwemmen, maar papa en mama per se eerst de vouwwagen op wilden zetten. Hoe de vakanties bestonden uit wandelingen door stadjes en naar watervallen, uitjes naar klimparken, hele middagen zwemmen. Urenlang spelen met nieuw gemaakte vakantievrienden die je daarna nooit meer ziet. Hoe mama voor de tent zat te haken en je papa meestal met een boek zag. 

Misschien weten ze later nog wel welke badpakken ze toen hadden (ik weet nog welke ík had toen ik acht was), hoe ze in de achtertuin in het gras naast het caviahok lagen en dat de zwaluwen dan gierend over de tuin scheerden en de kat over de schutting klom en bijna bovenop ze sprong. Die keer dat we pizza bakten in de achtertuin en de korst in de fik vloog. Dat er eens een vlindertje urenlang bij ons bleef zitten. Of dat we marshmellows roosterden boven een waxinelichtje. De hangmat, waarin het altijd zo fijn Donald Ducks lezen was.

Ze weten nog niet dat het neerslagtekort elke dag groter wordt (wél dat we zuinig moeten zijn met water, daar is die van acht heel streng in), van de klimaatproblemen die ons keihard om de oren slaan. Ze weten niet van de fratsen van Trump, van oorlogen tegen onschuldige mensen, van waterslurpende AI die de mensheid elke dag een beetje dommer maakt, van explosieve drones op vliegvelden en alle andere dingen die deze gouden zomerdagen een beetje grijzer kleuren.

En dus doe ik ook maar even alsof ik alleen het goud zie. Pluk de tomaatjes (die zeer tevreden zijn met deze Zuid-Europese taferelen) uit de moestuin en redder wat rondom de dahlia’s. Ik smeer ruggetjes in, kneed pizzadeeg, leg marshmellows klaar, haak nog een stukje aan een deken voor de winter en leg mijn telefoon nog even weg. Dit zijn de gouden zomers.

6 comments

Comments are closed.