


Afgelopen voorjaar pakten we de voortuin aan. Er kwam een container en die nam twee grote coniferen, een enorm bamboebos, een half kuub grind en een verrot speelhuisje mee. Ik schoffelde avonden achter elkaar om alle wortelresten uit de grond te halen. We haalden zakkenvol compost om de verschraalde grond weer tot leven te brengen. En daarna begon het leuke deel: moestuinbakken bouwen, plantjes in de grond zetten en heel veel voorzaaien. Niet alles lukte, zo is onze biodiverse heg van wortelgoed maar voor 70% aangeslagen door het droge voorjaar en moeten we ook echt nog aan de slag met het hoekje van de containers. Maar wat wel lukte, is de bloemenzee die ik voor ogen had.


Siererwt, cosmea’s, dahlia’s, zonnebloemen, ijzerhard, salvia en lavendel: het groeit er allemaal. En ik geef water, pluk boeketjes en maak praatjes met alle buren, die blij zijn dat het mistroostige confirenbos plaatsgemaakt heeft voor fris groen, felroze en paars. Een beetje vrolijkheid, aanspraak en mooie bloemen: het doet een mens veel goeds.



En wat er ook groeit, zijn groenten. Pompoen slingert zich over de muurtjes en maakt al kleine pompoentjes aan, de rabarberbladeren zijn gigantisch en de venkel vormt een waar bos van fijn, teer groen. Mijn tomaten hebben het zwaar gehad door de wind en regen van vorige maand, maar hebben zich weer dapper een weg omhoog gewerkt en zijn druk bezig met de oogst. Ergens onder de venkel groeien nog bietjes, maar die ben ik een beetje uit het oog verloren. Het is trial and error, en dat is prima.


De tuin is nog jong. De bomen en struiken (ik plantte een perenboom, een boerenjasmijn en een sering) zijn nog te klein om schaduw te bieden, de vaste planten moeten nog groot worden. Er staat nog veel op mijn lijstje, ook voor de achtertuin, maar voor een eerste zomer ben ik heel tevreden.