
Ons huis is nogal kleurrijk. Daar word ik namelijk vrolijk van. Hoe meer kleur, hoe beter! Nogal een tegenstelling met ons eerste huis, waar alles RAL9010 was.
Inmiddels hebben we kleur volledig omarmd en is er nog maar 1 witte muur in ons hele huis te vinden; helemaal boven op zolder, waar we zonder hoge ladder niet bij komen.
Omdat ik bij het delen van foto’s van ons interieur vaak de reactie krijg dat mensen het heel mooi vinden, maar zelf nog geen muurtje durven te schilderen, dacht ik: ik deel eens een paar praktische tips. Het is allemaal geen hogere wiskunde, maar wellicht geeft het jou net het zetje dat nodig is om ook de kwast ter hand te nemen.
Tip 1: doe het gewoon!
Eh tsja, dit is mijn standaardantwoord als mensen zeggen dat ze graag kleur in huis willen, maar het niet durven. Doe het gewoon! Gewoon proberen. In het ergste geval is het niet mooi en dan verf je het weer over. Zo simpel is het. Sorry.
Dat gezegd hebbende: onze woonkamer is een heel andere kleur dan ik oorspronkelijk bedacht had. Meer lila dan het oudroze dan de kleurnaam Blossom Powder mij deed vermoeden. Ik moest er even aan wennen, maar inmiddels vind ik het leuk genoeg om het in ieder geval een tijdje te laten zitten.


Tip 2: meer kleur is beter
Eén gekleurde muur oogt heftiger dan een gekleurde kamer, doordat het contrast tussen die ene gekleurde muur en de overige witte muren zo groot is. Voor een rustig effect kun je dus beter meerdere muren een kleurtje geven. En als je wild wilt doen, neem je het plafond ook gewoon mee, zoals ik in mijn bijkeuken en slaapkamer gedaan heb. Zorgt voor een veel rustiger beeld dan één zo’n felgekleurde uitspatting, heus.
Vind je het toch heftig om een hele kamer in één felle tint te schilderen? Gebruik dan voor een deel van de muren een lichtere versie van die kleur, zodat je een ton-sur-ton-effect krijgt.
Tip 3: kijk naar het licht
Hoewel er hele studies zijn over het kiezen van de juiste kleur van je huis, ben ik daar nooit zo heel erg mee bezig. Je moet kiezen wat je mooi vindt. Waar ik wél op let, is de kleur van het licht. De voorkant van ons huis ligt op het zuiden. Hier schijnt de zon naar binnen en is het licht wat warmer, ook door de oranje-achtige weerkaatsing van de gevel van de overburen. De achterkant ligt pal op het noorden: daar is het wat donkerder en is het licht koeler.
Omdat de vorige bewoner de hele keuken aan de achterkant blauw had geschilderd, oogde het nog killer dan het al was. De warme beigetint die wij op de muur gesmeerd hebben, zorgt voor een beetje meer warmte en gezelligheid. Aan de andere kant durfde ik in de woonkamer dus voor een koelere tint te kiezen -ik dacht dus oudroze met een blauwe ondertoon, maar in de praktijk meer lila- omdat het warmere licht daar zorgt voor meer warmte. Kortom: kijk naar de kleur van het licht en pas daar de kleur van de verf op aan, dan kan het nooit écht misgaan.



Tip 4: kies wat je mooi vindt en niet wat hip is
Ooit werkte ik voor een bureau dat de marketing rondom de Kleur van het Jaar van een groot verfmerk verzorgde. Ik vond dat altijd een wonderlijk fenomeen, want er is weinig zo persoonlijk als kleur. En om de kleur van je huis nu te laten bepalen door een trend in plaats van je persoonlijke voorkeur, vind ik ook vreemd. Ik zie kleurtrends, zoals de huidige butter yellow-hype, dus altijd meer als een startpunt dan als iets om direct over te nemen. Laat je erdoor inspireren, maar kies voor iets waar je (het liefst langere tijd) blij van wordt.


Tip 5: laat kleuren terugkomen
Om te zorgen dat het geen bonte kermis wordt, is het fijn om kleuren meerdere keren terug te laten komen. Zo is ons trappenhuis dezelfde kleur als de slaapkamer (allebei Rosewood van Karwei) en hebben de woonkamer en keuken ook dezelfde kleur beige (Karwei Flat White, ik vind het een topkleur die heel mooi mee verandert met het licht) op de muur. Ik maak er geen exacte wiskunde van, want ik vind dat juist een dissonant in het kleurenpalet zorgt voor een interessant geheel, maar zorg er wel voor dat de kleuren in één ruimte allemaal een beetje op elkaar afgestemd zijn.
Tip 6: investeer in goede verf en puik gereedschap
Weinig zo irritant als dezelfde muur vier keer moeten verven en dan nóg strepen zien. Nu hebben geel- en roodtinten vaak meerdere lagen nodig, terwijl donkere kleuren vaak na één laag al best prima ogen. Maar ook het type verf maakt verschil. Daarom geef ik liever iets meer uit aan verf van goede kwaliteit, dan dat ik met het goedkoopste huismerk aan de slag ga. Good old Flexa en Histor vind ik fijn, het huismerk en Le Noir & Blanc van Karwei ook. Farrow & Ball is ook ongetwijfeld heel goed, maar daar ben ik te skeer voor, dus dat zou ik je niet kunnen vertellen. Voor ruimtes waar de kinderen veel aan de muren zitten, zoals in de gang, de woonkamer en de keuken, kies ik graag afneembare verf, waar je makkelijk een doekje overheen haalt.
En ook voor verven geldt: goed gereedschap is het halve werk. Niet de allergoedkoopste rollers kopen dus, maar net iets duurders, wat past bij de structuur van je muur. Dat scheelt veel gespetter. En wat ik absurd duur vind, maar ook 100% het geld waard, is Frogtape om af te plakken. Súperstrak.



Tip 7: Gebruik gekleurde accessoires
Gekleurde muren is één, maar gekleurde accessoires doen ook heel veel. Daarom is er bij ons thuis veel ruimte voor gekleurde vloerkleden, tekeningen, gekke wandornamenten zoals de vogels van Studio ROOF en een discobal. Het voordeel van gekleurde accessoires: als je iets nieuws vindt, dan wissel je makkelijk door. En met kinderen heof je nooit verlegen te zitten om gekleurde tekeningen en knutselwerken 🙂
Ik hoop dat ik je heb kunnen inspireren om ook aan de slag te gaan met kleur. Ik denk dat we onze collectieve sad beige era wel achter ons kunnen laten, de wereld heeft kleur en vrolijkheid nodig!
Je hebt zo’n mooi huis!
Dankjewel <3
Ik hou hou hou van kleur. We wonen in september een jaar in ons huis en ik ben elke dag blij met de kleuren. De kozijnen en inbouwkasten zijn blauw en beneden is er geen witte muur te vinden (plafonds zijn meegeschilderd in de kleur). We hebben de keuken laten wrappen in blauw en roze en de trap is perzikkleurig. Nou goed, ik zal niet heel het huis beschrijven. Als mensen dat horen denken ze vaak dat het een soort kermis is, maar dat is het niet. Juist ook wat jij zegt, door kleuren terug te laten komen, te kijken naar het licht en doordat beneden al het houtwerk blauw is, zorgt dat juist voor een rustig geheel.
Ik moet altijd denken aan wat mijn vader zei ‘schilder alles wit, kleur kan later wel’, die kleur kwam alleen nooit. Terwijl ik het andersom zie ‘schilder in kleur, wit kan later wel’.
Oooh, dat klinkt prachtig allemaal! Wat heerlijk.